Categorie archieven: Diversen

Embracing Peace

In afwachting van de verkiezingsuitslag struin ik het internet af, op zoek naar informatie over het imposante beeld met de naam “Embracing Peace” van Seward Johnson. Momenteel te bewonderen in Bastogne, voor het Bastogne War Museum, maar het heeft al op meerdere plaatsen in de wereld gestaan.

Ik zeg met opzet, bewonderen, want vooraf aan, maar vooral na een bezoek aan dit museum, word je als vanzelf door dit beeld aangetrokken. Het beeld is maar liefst 7,5 meter hoog en je voelt bijna de emoties van het stel en hun omgeving, dat hier model voor heeft gestaan.

Het begon met een inmiddels wereldberoemde foto van Alfred Eisenstaedt. Een foto van een Amerikaanse marinier die op Times Square de aankondiging van het einde van de Tweede Wereldoorlog viert, door een voor hem onbekende vrouw een zoen te geven. Inmiddels durft men met behoorlijke zekerheid te zeggen dat Greta Friedman en George Mendonsa de vrouw en man op de foto zijn.

Enigszins verbaasd was ik toen ik  las dat dit beeld in het verleden ook voor protesten heeft gezorgd. Men vond het seksistisch. Ik heb er op geen moment zo naar gekeken. Voor mij staat het beeld voor wat de titel zegt waar het voor staat:  “omhelzing van de vrede”. Niets meer, niets minder. Greta zei er het volgende over: 

“Suddenly, I was grabbed by a sailor. It wasn’t that much of a kiss. It was more of a jubilant act that he didn’t have to go back… to the Pacific… The reason he grabbed somebody dressed like a nurse [was] that he felt so very grateful to the nurses who took care of the wounded.”

Bron: The Telegraph 

Laten we hopen dat we met de uitslag van de verkiezingen weer een klein stukje dichter bij die wereldvrede kunnen komen, dat al het leed uit het verleden niet voor niets is geweest en de geschiedenis zich niet gaat herhalen.

 

 

Optimist vermist!

Ik kan er maar niet aan wennen, het treurige beeld van de twee overgebleven Optimisten met daarnaast het rode voetstuk mét rode voet, als stille getuige dat ze oorspronkelijk met zijn drietjes waren.
Wat maakt het toch dat ze steeds maar weer mikpunt van vandalisme zijn? In 2008 en 2012 werden ze flink beschadigd én weer gerepareerd. Vervolgens schonk Hanspeter Nagtegaal ze in 2015 aan Orpheus vanwege het 50 jarig bestaan, ervan uitgaande dat ze, eenmaal met water omringd “hufterproof” zouden zijn.
Dit ging een tijd goed, maar na de vorst van afgelopen maand, waarbij het water ijs werd, ging het fout.
Eerst sneuvelde er een arm. Dit zette blijkbaar aan tot meer geweld en een paar dagen later, lag de rode Optimist met zijn gezicht op het ijs en nog wat later, was hij van zijn voetstuk gehaald en in geen velden of wegen meer te zien.
Het maakt mij boos en eigenlijk mis ik hem wel een beetje. Ze horen daar gewoon met zijn drietjes in die vijver te staan. Ze staan symbool voor vaderlandse trots, balans, openheid, optimisme, samenwerking en harmonie. Juist die ingrediënten die onze samenleving nu zo hard nodig heeft. Optimisme stralen de overgebleven twee nog steeds uit, (misschien nog wel meer dan ooit), maar wel met een treurig randje. Inmiddels staan ze nu zonder dat dat ooit de bedoeling zal zijn geweest, ook symbool voor zinloos geweld.
Het is stil rond de verdwijning, ik kan in ieder geval niets vinden in de media. Vreemd, als we het maar niet gewoon gaan vinden dat dit gebeurt. Zo zinloos.

Those were the days

“Vouwwagen bezig met comeback” kopte de krant onlangs. Ik ben benieuwd hoeveel mensen dit artikel überhaupt hebben gelezen. Je ziet ze niet meer zo vaak op de weg, en je zal er mee opgegroeid moeten zijn om de lol er van in te zien. Maar blijkbaar is er toch weer een behoefte aan het ontstaan. En ik snap dat wel.
Ik kom uit een gezin van zes. De eerste vakantie’s die ik mij herinner waren vakantie’s naar Zeeland, in een gehuurde stacaravan. Later kochten mijn ouders een Alpen Kreuzer. Mooi oranje was niet lelijk en met bijpassend oranje Tupperware servies en dito klapstoelen/tafel werd het kamperen in het voorjaar eerst uitgeprobeerd in Ommen om later met zijn allen naar “het buitenland”te gaan. Eerst naar de Duitse Moezel en later naar het land van “besjour” en “ooooooievaar” zoals mijn vader dat zo mooi kon uitspreken,  tot ons puberend ongenoegen….
McDonalds was onderweg op de “Route Nationale” nog in geen velden of wegen te bekennen, dus werd er soep van Honig warm gemaakt in het keukenblok aan de achterkant van de vouwwagen.
’s Nachts rijden had de voorkeur, dat schoot zo lekker op, al was het achteraf gezien niet altijd even veilig om vader Ab zo lang door te laten jakkeren in het donker. Maar ja, wisten wij veel, wij lagen per tour beurt lekker te slapen in de achterbak van onze Vauxall, die wij als kind, door zijn ovale vorm nogal op een ei vonden lijken. Op de bodem van die achterbak lagen onze slaapzakken en kussens. Super relaxed en je kon door de grote achterruit ook nog naar buiten kijken.
Internet en mobiele telefoons bestonden nog niet, zo ook de routeplanner van de ANWB niet. Voor het vertier onderweg zorgden de cassette bandjes, met speciaal voor die vakantie opgenomen muziek (uit het programma “Arbeidsvitaminen”), voor ieder wat wils. Van Charles Aznavour tot Henk Wijngaards, en “Met de vlam in de pijp”, reden we via de nauwkeurig vooraf uitgestippelde route, richting Frankrijk.
Hoe teleurstellend was het als, na een lange reis,  het bordje “complet” weer aan de weg stond en we weer verder moesten.
Van te voren reserveren deed/kon je niet, dus was het altijd een verrassing waar je kwam te staan. En toch vonden we altijd wel ergens een mooie plek op een Camping Municipal. De eisen lagen achteraf gezien ook niet zo hoog; we hadden genoeg aan een ruime plek op een grasveld, die liefst van ’s ochtends vroeg tot    ’s avonds laat was gehuld in de Franse zon, met schone (hang)toiletten, op loopafstand van een Frans dorpje waar je ’s ochtends een overheerlijke pain kocht. Met de van huis meegenomen Edammer, Heinz sandwichspread en de Nutella van de Franse Super Marche, begon iedere dag als een feestje. Een zwembad misten we niet, we zwommen in de rivier of een meer in de buurt. Vele jaren volgden met de vouwwagen trouw achter ons aan hobbelend. Mooie tijden.
Toen wij eenmaal zelf kinderen hadden, was de stap om voor een vouwwagen te kiezen dan ook snel gemaakt. Ons proef kampeer weekend was in Nederland met een ” HePi” arrangement (Hemelvaart en Pinksteren). ’s Nachts was het nog tegen het vriespunt aan, dus baby Bram die in het middenpad in een babybedje lag, kreeg een muts op en lag onder een paar extra dikke dekens. En sliep de hele nacht door, waarom ook niet.
Het bleek het startschot voor  jarenlang vakantieplezier in Frankrijk. Met als “dieptepunt” een lekke band en een hierdoor kapot geslagen wielkast op de Franse snelweg,  in de autospiegel zagen we onze kleding over de weg heen vliegen. Een ander jaar belandden wij door autopech met vouwwagen en al op de aanhanger van de Franse pechdienst die ons naar een tijdelijke camping bracht. Aan publieke belangstelling geen gebrek toen wij ons met vrachtwagen en al bij de receptie van de camping meldden. Het leverde leuke plaatjes op, dat wel, verhalen voor later, dat blijkt, en een blijvende liefde voor het relaxte, eenvoudige campingleven.
Maar hoe leuk ook, na een paar jaar vouwwagen en met groter wordende kids, ben je na verloop van tijd wel weer toe aan wat anders. Dus de vouwwagen verkocht, en sindsdien reizen we of met ons kampeerbusje, of in een vliegtuig met alleen een rugzak en leuk gezelschap en dan maar zien hoe je je van A naar B vervoert en waar je de volgende nacht weer slaapt.  Het leverde wederom een hoop mooie herinneringen op.
Maar, heb je kleine kinderen en ben je gek op kamperen, dan zou ik zeggen, overweeg eens de aanschaf van een (tweedehands) vouwwagen, ze zijn als ik de krant mag geloven weer helemaal hip, mocht je daar gevoelig voor zijn.

Dansen op de vulkaan

Aan de vooravond van de presidentsverkiezingen ben ik klaar met de voorspellingen, peilingen en het moddergooien. Wat de uitslag ook zal zijn, morgen staat de wereld ongetwijfeld (nog meer) op zijn kop.
Was het niet beter geweest als men in Amerika de keuze zou hebben uit: “Hillary”, “Trump” of “Geen van beide, want ik acht beide niet geschikt”. Dát zou wellicht pas een goed beeld geven van de wensen van het Amerikaanse volk, dat volgens de peilingen nu op de één gaat stemmen omdat ze de ander nog méér haat…..
Het gevoel dat ik bij deze verkiezingen heb wordt goed weergegeven door het nr. “Heel andere wereld” van De Dijk. Sinds 2009 kan ik hier niet meer naar luisteren zonder het te koppelen aan de aanslag op Koninginnedag.
Een week na de aanslag zouden ze optreden in De Gigant. Kaarten hiervoor hadden we al maanden in huis. Eerste gevoel wat bij ons opkwam was om niet te gaan, maar we gingen toch. In Orpheus werd die avond een herdenkingsdienst gehouden. Om de roadblocks heen fietsend, maakten wij ons op voor een, wat later bleek, bijzonder en gedenkwaardig concert.
Met een duidelijk op de situatie aangepaste playlist en een zichtbaar aangeslagen Huub, werd de eerste noot ingezet. “Heel andere wereld” vatte de waanzin van de gebeurtenissen de week ervoor goed samen en kwam bij alle aanwezigen binnen.
Die avond stonden we stil bij die vreselijke dag, we deelden dezelfde angsten, voelden de onmacht en het verdriet, maar besloten ook met zijn allen te blijven geloven in een betere wereld. En de muziek hielp daarbij.
Morgen, na de bekendmaking van de uitslag, ga ik denk ik maar even “Dansen op de vulkaan”.  Gelukkig hebben we de muziek nog.

Parels

Onlangs, tijdens de herdenkingsdienst van een veel te vroeg en plotseling overleden vriendin, sprak haar hartsvriendin over de “parels van herinneringen” waarvan ze samen, gedurende hun lange vriendschap, denkbeeldig een mooie ketting hadden geregen. Mooie herinneringen werden met de aanwezigen gedeeld, het besef dat die ketting veel langer had moeten zijn, greep mij bij de keel.
Sindsdien denk ik ook in “parels” en ben ik mij steeds meer bewust van de parels aan mijn eigen ketting. Grote parels en hele kleine parels, ze zijn mij even dierbaar.
December 2014 belandde ik na een reorganisatie in de WW. Het was de tweede keer in mijn loopbaan dat een werkgever mij een overstap naar het westen van het land aanbood. Ook deze keer nam ik het aanbod niet aan. Ik ging er van uit dat er in de buurt van Apeldoorn ook wat voor me te vinden zou zijn.
Het duurde deze keer uiteindelijk langer dan ik had gehoopt, reacties van potentiële werkgevers dat men meer dan 600 brieven had ontvangen, deden mij soms écht wel de moed in de schoenen zakken. Maar ook, of misschien wel juist in deze periode, heb ik veel parels aan mijn ketting mogen rijgen. Gratis en voor niets, door gewoon de deur uit te gaan.
Via vrijwilligerswerk,  (netwerk)bijeenkomsten voor werkzoekenden bij o.a. 100 Talentvolle vrouwen etc., ontmoette ik weer nieuwe mensen en deed zo een hoop ervaringen op. Dit alles gaf mij de energie en het vertrouwen om op deze voet door te blijven gaan.
In maart 2016, een tijd waarin grote ontslagronde’s in de detailhandel schering en inslag waren, bemachtigde ik een voorlopig (mini) contract bij Karwei Apeldoorn West, mijn favoriete bouwmarkt. Ik voelde mij de koning te rijk. Voor mijn gevoel had ik lang op de “reservebank” gezeten en nu deed ik weer mee. Helaas waren de uren niet afdoende, dus moest ik op zoek naar een aanvullende, dan wel vervangende baan. Een zogenaamde “stapelbaan” was nog niet zo maar gevonden en hierdoor bleef ik deels in de WW.
Eind augustus, kreeg ik na een sollicitatiegesprek een telefoontje waarin mij een baan bij de Nederlandse Volleybal Bond werd aangeboden. Zo heb je geen baan, zo heb je er twee!
Hoe erg ik het ook naar mijn zin heb gehad bij de Karwei, ik koos voor de NeVoBo. Het voelt als een soort van “come-back” in de volleybalwereld. “Alsof het zo heeft moeten zijn”, hoor ik vaak de laatste tijd.
Als medewerkster wedstrijdwezen krijg ik nu te zien wat er allemaal bij komt kijken om je wekelijkse pot volleybal te kunnen spelen. Het volleybal liep lange tijd als een rode draad door mijn leven en die draad mag ik nu weer oppakken. An offer I can’t refuse!
Ook in het volleybal kreeg ik lang geleden het aanbod om in het westen van het land te gaan spelen. Ik deed het niet, want in Apeldoorn lagen de parels op dat moment voor het oprapen in de Dynamohal. Ze liggen nu op zolder in de vorm van foto’s en krantenknipsels.
De periode van het in de WW zitten is straks voorbij. Een heerlijk vooruitzicht. Het geeft weer ruimte en rust voor nieuwe dingen, nieuwe plannen.
Komende week neem ik afscheid van mijn collega’s bij de Karwei, de leuke tijd die ik daar heb gehad, rijg ik als grote parel aan mijn ketting! En nieuwsgierig en enthousiast begin ik aan mijn nieuwe hoofdstuk bij de NeVoBo.
Ik heb de afgelopen periode mogen ervaren dat veranderingen op zijn tijd helemaal niet slecht voor je zijn, het levert vaak hele mooie parels op!

Wegpiraat

Met de beelden van “De Tour” nog op mijn netvlies, pakte ik onlangs mijn racefiets uit de schuur. De Posbank lonkte, maar het werd een rondje Vierhouten. De terrassen in de dorpen zaten gezellig vol. Mooi Hollands decor om door heen te fietsen en dat zo dicht bij huis, wat een luxe.
Ik vind mijzelf best een sociale fietser: als ik iemand wil inhalen, rem ik af, waarschuw ruim van te voren met mijn bel en meld als we met een groep zijn tijdens het inhalen vaak ook nog hoeveel fietsers er nog na mij komen. Het kan erger toch?
Maar met een helm op je hoofd en een racefiets onder je gat, krijg je toch al snel het etiket “wegpiraat” opgeplakt en er hoeft niet veel te gebeuren om irritatie op te wekken bij de andere weggebruikers.
Zo ook een paar jaar geleden, tijdens de “Jan Janssen Classics”, een mooie toertocht in de heuvelachtige omgeving van Wageningen. Ik hoor mijzelf halverwege het parcours nog zeggen “Er staan er wel veel met bandenpech vandaag!“. Niet veel later stonden wij ook in de berm. Met een punaise in de band van het voorwiel, viel bij ons het kwartje. Blijkbaar was iemand niet zo blij met al die wielrenners in “zijn/haar” Wageningen. Gedeelde smart is halve smart, dus samen met een aantal andere “slachtoffers”, band verwisseld en weer vrolijk doorgefietst.
Vorig jaar, op een mooie zondagochtend: we naderen een, in mijn beleving ” wat ouder echtpaar “, die op een gewone fiets, gezellig zij aan zij aan het fietsen waren. Niets mis mee, maar we wilden er wel voorbij, ze gingen ons toch iets te langzaam. Dus, ik bel, rem wat af en zie de man achterom kijken. In plaats van ruimte te creëren, maakte de man zich eens extra breed en ging nog wat meer naar links om ons zo de doorgang te versperren. Toen we er eindelijk van hem langs mochten (we stonden inmiddels bijna stil), pakte de man zijn momentje en riep duidelijk geïrriteerd: “als je wilt racen ga je maar op de weg fietsen!!!!
Of die keer op een vrije, doordeweekse dag. Het was lekker rustig op de weg in de bossen bij Eerbeek. Het fietspad zat, door de vele wortels onder het asfalt, vol met hobbels, dus besloten we om op de lege weg te gaan fietsen. Eén van de weinige automobilisten die we die dag tegenkwamen, vond blijkbaar dat dát niet kon en vervolgde daarop zijn route aan de verkeerde kant van de weg en gaf flink gas. Hij kwam recht op ons af. Ik wilde eigenlijk niet aan de kant gaan, maar mijn verstand won het van mijn koppigheid en daar was ik achteraf dankbaar voor. Rakelings reed hij ons voorbij, het ging net goed.
We wonen dan wel in het land met de meeste fietspaden ter wereld, soms ontkom je er nou eenmaal niet aan om op de weg te fietsen. Dan deel je de weg met andere (gemotoriseerde) weggebruikers, zoals in ons geval, die motorrijder van vorige week. Met een gangetje van ik schat zo’n 110 km/uur trok hij even lekker door op de lange rechte doorgaande weg. Aan de andere weggebruikers en de naderende gelijke kruising had hij geen boodschap. De weg was nu heel even van hem.
Leven en laten leven“, kan in het verkeer zomaar een dubbele betekenis krijgen. Ik moet er niet aan denken wat er was gebeurd als er op dat moment iemand van rechts was gekomen, hij of zij was kansloos geweest. Ik gun iedereen zijn plezier, maar dat je met je volle verstand het risico neemt dat een ander daarbij (ook) het leven laat, dát gaat er bij mij niet in.

 

Apeldoorn Direct: Blog van Jolanda: over ‘Lysistrata’

Geschreven voor Apeldoorn Direct

Rol voor Apeldoornse Christèl en Joke in ‘Lysistrata’

Tussen Colmschate en Epse ligt het landgoed De Oxerhof waar 20 jaar geleden een klein amfitheater werd gebouwd. Echter, het theater is nooit afgemaakt en er werden slechts enkele voorstellingen ten tonele gebracht. Maar daar komt nu wellicht verandering in. Het met water, bomen en riet omgeven amfitheater, werd onlangs geschikt bevonden als locatie voor een moderne versie van de klassiek Griekse anti-oorlogskomedie Lysistrata. Maar niet alleen vanwege de mooie omgeving. Het landgoed heeft namelijk zijn eigen tragische oorlogsverleden, dit in combinatie met het thema van het stuk, maakte dat men het juist een uitgelezen plek vond om het te hebben over de waanzin van oorlog.
Auditierondes volgden en momenteel wordt er hard gerepeteerd door een groep van zo’n 30 acteurs, zangers, dansers en muzikanten voor de uitvoeringen die van 28 augustus t/m 11 september a.s. op de agenda staan.  Dit alles vindt plaats onder de bezielende leiding van Yvon Haan (regisseur ), Karel Tadema (muziek), Marion van Veen (dans) en producent Willem Westermann. Met Apeldoornse inbreng van Christèl Wormgoor en Joke Sprietsma.

Lysistrata
Lysistrata, betekent letterlijk: “Zij die de legermacht ontbindt”. En dat doet Lysistrata op geheel eigen wijze. Het stuk speelt zich af tijdens de 20-jarige oorlog tussen Athena en Sparta, waarin oppermachtige goden de oorlog aansturen. Een jonge Atheense vrouw, Lysistrata, bepaalt op een gegeven moment dat het genoeg is geweest. Ze pleit bij zowel de Atheense als de Spartaanse vrouwen, voor een sexboycot. En dat zolang de mannen oorlog blijven voeren.
De vrouwen verlaten hierop hun huizen en wanneer de mannen terugkeren van het front en hun lege huizen aantreffen, komen ze voor de keus te staan: vechten ze door, met als gevolg dat ze hun vrouwen kwijtraken, of kiezen ze voor de liefde, vrede en vrijheid? Ze kiezen voor het laatste. De goden op hun beurt, ontaarden in woede en zinnen op wraak……

Girlpower
Apeldoornse inbreng is er dus van Christèl Wormgoor en Joke Sprietsma. Christèl vertolkt de (titel)rol van Lysistrata en Joke die van één van de vrouwen, die Lysistrata bij haar plan betrekt. Beide dames hebben een brede toneel, zang en dans ervaring. Zo speelt Christèl al 10 jaar improvisatie theater bij o.a. “Effe Belle” en runt ze samen met haar compagnon Willeke, een eigen improvisatiebureau “Luff”. Verder zingt ze bij “DivaPower”, de “Big Band Heerde” en “The Quintet”. Joke heeft vanuit haar werk als trainer sociale vaardigheden, ervaring opgedaan als trainingsacteur. Ze doet al 15 jaar mee aan “Buitenkunst”, is sinds 10 jaar actief in de musicalwereld en heeft in de afgelopen 5 jaar een ruime ervaring opgedaan met straattheater. (o.a. “Deventer op Stelten” en “Kozakken”). Beide deden ze mee aan de moordopera “Molen, Wind en Water”, een project waarmee werd opgetreden op ca. 24 straattheaterfestivals door het land.

Genieten
Blij is Christèl met de rol van Lysistrata. Niet zingen, niet improviseren maar acteren, teksten leren en alles tot in de puntjes uitwerken, samen met een hele energieke projectgroep en een kei van een regisseur. Haar zachtmoedige en luie kant zal, volgens eigen zeggen, het onderspit moeten delven om zo een strijdlustige Lysistrata neer te kunnen zetten. Kleine kanttekening: het zoenen van ongeschoren tegenspelers valt haar wat zwaar.
Voor Joke is het puur genieten in het prachtige Oxerhof amfitheater. Verder roemt ook zij de groep mannen en vrouwen in de leeftijd van 17 tot 71 jaar, die allen enorm gemotiveerd zijn om er iets heel moois van te maken. De bereidheid tot het oefenen, leren, opnieuw oefenen en doornemen van alle facetten van het stuk is bij het hele team erg groot. Ze is blij met haar rol als één van de vrouwen waarmee Lysistrata haar plan voorbereidt. Mooi onderdeel om te spelen, vindt ze het deel waarin ze haar overleden geliefde ‘ziet’ (als schim) en waarbij ze mag vertellen over de liefde.

BBQ
Genoeg ingrediënten dus voor een gezellige middag/avond vol zang,dans en theater. Voor wie dit allemaal nog niet genoeg is: voorafgaand (avondvoorstelling) dan wel aansluitend (middagvoorstelling) aan dit alles, kan men, onder het genot van een glas Griekse wijn, aanschuiven bij een Griekse BBQ. Tevens is men nog steeds opzoek naar figuranten en vrijwilligers, waarover op de website ook meer te vinden is.

Speelschema
•Zo 28 aug. – 15.00 u. – Welkom, vanaf 14.00 uur. – BBQ na de voorstelling, vanaf ± 17.00 uur
•Vr 2 sep. – 19.30 u. – Welkom en BBQ vanaf 18.00 uur
•Za 3 sep. – 19.30 u. – Welkom en BBQ vanaf 18.00 uur
•Zo 4 sep. – 15.00 u. – Welkom, vanaf 14.00 uur. – BBQ na de voorstelling, vanaf ± 17.00 uur
•Vr 9 sep. – 19.30 u. – Welkom en BBQ vanaf 18.00 uur
•Za 10 sep. – 19.30 u. – Welkom en BBQ vanaf 18.00 uur
•Zo 11 sep. – 15.00 u. – Welkom, vanaf 14.00 uur. – BBQ na de voorstelling, vanaf ± 17.00 uur

Toegang vanaf 18 jaar: € 15,00
Toegang t/m 17 jaar: € 12,50
Barbeque: € 10,00
Tickets kopen kan hier.

Apeldoorn Direct: blog van Jolanda: De Voorleesexpress

Blog geschreven voor Apeldoorn Direct

De Voorleesexpress, een initiatief van SodaProducties richt zich op het verminderen van laaggeletterdheid in Nederland. Dit doen ze o.a. door de taalontwikkeling van kinderen te stimuleren en het verrijken van de taalomgeving thuis.
In het kort werkt het als volgt: een voorlezer komt gedurende 20 weken, 1 x in de week een uur lang bij een gezin voorlezen. Het voorleesritueel wordt geïntroduceerd en de ouders krijgen handvatten om het voorlezen over te nemen en op andere manieren de taalontwikkeling van hun kinderen te stimuleren.
Vorig jaar heb ik zelf ervaren hoe leuk het is om als voorlezer aan de slag te gaan. In die twintig weken hebben we ontzettend veel plezier beleefd en voelde ik mij iedere week meer dan welkom. Een ervaring die ik niet snel zal vergeten.
Momenteel ben ik op vrijwillige basis als coördinator bezig en ben ik aanspreekpunt voor 3 voorlezers en hun gezinnen. Trots ben ik op “mijn” voorlezers, die voortvarend en enthousiast aan het werk zijn gegaan met hun gezinnen die, zo bleek al snel, allemaal een andere aanpak nodig hebben.
Wat is het leuk als je ziet dat er vanaf het eerste moment een klik is tussen de voorlezer en het gezin en dat er, nu we op de helft zitten, al resultaten geboekt worden. Missie geslaagd en de 20 weken zijn nog niet eens voorbij!
Apeldoorn kent sinds 2009 een Voorleesexpress, deze is destijds ondergebracht bij Vluchtelingen Werk Oost Nederland. Maar, een trein rijdt niet uit zichzelf, dus ook De Voorleesexpress niet. Contacten moesten worden gelegd met scholen, de gemeente Apeldoorn en andere maatschappelijk gerichte instanties, om op die manier samen zoveel mogelijk gezinnen te kunnen informeren over de mogelijkheden.
Met alleen het werven van gezinnen ben je er natuurlijk niet, vrijwilligers waren nodig en het liefst vrijwilligers die voor langere tijd beschikbaar bleven en zo voor continuïteit zouden zorgden. Oftewel, een heel netwerk moest worden opgebouwd én onderhouden en dat kost inspanning en tijd.
Zeven seizoenen later, dreigt het doek te vallen voor de Voorleesexpress in Apeldoorn. Gezinnen die zich nu aanmelden, krijgen helaas te horen dat De Voorleesexpress in “remise” is. De gemeente Apeldoorn moet bezuinigen en draait de kraan dicht. Zonder deze financiële injectie is het voor VWON onmogelijk om als franchisenemer door te gaan met De Voorleesexpress.  Het is dus wachten op een partij die vindt dat dit niet mag gebeuren in Apeldoorn en het stokje wil overnemen.
Vandaar mijn blog. Bij deze mag je mij vast noteren als vrijwilliger, want wat zou het toch jammer zijn als De Voorleesexpress niet meer door Apeldoorn rijdt, in een tijd waarin laaggeletterdheid nog steeds toeneemt.

 

 

De toeristenindustrie

Zoals in mijn vorige blog beschreven, stond een bezoek aan het Elephant Nature Park, opgericht door Lek Chailert, hoog op mijn verlanglijstje tijdens onze vakantie in Thailand.
Eenmaal in Chiang Mai aangekomen bleek dat dit park sinds hun oprichting in 1995, niet meer de enige was. Zoals dat met vele mooie dingen gaat, is het idee van Lek vele malen (deels) gekopieerd in deze omgeving. Moeilijk voor een toerist om door de olifanten het bos te blijven zien…
Bij de receptie van ons resort lagen vele folders van olifantenparken met namen die veel op elkaar leken. Ik vroeg naar het ENP en kreeg van de eigenaar( overigens een hele vriendelijke man), te horen dat zij geen goede ervaringen hadden met dit park, gasten werden niet of te laat opgehaald en daarom deden zij geen zaken met hen. Wel kon hij mij een paar andere parken aanbevelen.Deze waren ook iets goedkoper en hier ging je ook nog raften op de rivier per bamboe vlot, en bezocht je onderweg een bergdorp waar je kennis zou maken met authentieke bewoners van Thailand. Nou nou, het kon niet op, alles voor de toerist! En dat is ( volgens mij) nou net het verschil tussen, ik zal niet zeggen alle, maar wel vele andere parken en die van Lek.
In het Elephant Nature Park draait het de hele dag om de olifanten. Hier is de mens ondergeschikt. Zij mogen ze voeren, wassen, aaien en foto’s maken en verder niets. Nou ja, genieten van wat je ziet en een (flinke)duit in het zakje doen, want het onderhouden van al die olifanten kost nou eenmaal veel geld ook al werken er vele vrijwilligers van over de hele wereld, de toegangsprijs is hoog. Best wel even getwijfeld of we dat ervoor over hadden want ja, wie moet je geloven in een tijd waarin bijna alles draait om geld….Kortom, het wordt je niet makkelijk gemaakt daar in Chiang Mai.
Echter, een zin in de folder van een ” concurent” gaf voor ons de doorslag om niet naar een van de andere parken te gaan. In het programma van de concurrent zat nl.ook een demonstratie olifanten training en een ritje op zijn rug. En juist dat vonden wij geen goed idee.
Dus een dag geboekt bij het ENP en daar hebben we geen spijt van gekregen. De olifanten die hier lopen kunnen niet meer terug naar de vrije natuur, maar je voelt dat dit een heel mooi alternatief is voor het “leven” dat ze hiervoor hadden.
Ons bezoek in Chiang Mai maakte in ieder geval wel duidelijk dat zowel de toeristen als de toeristische sector nog een hoop stappen te maken hebben. Overal worden er nog atracties aangeboden waarvan ik denk dat die anno 2016 niet meer bezocht danwel aangeboden zouden moeten worden. Op posters vind je afbeeldingen van shows met verklede apen die een muziek instrument bespelen, cobra’ s die zich laten kussen door mannen, krokodillen met het hoofd van hun ” verzorger” in hun bek, olifanten met toeristen op hun rug en (gedrogeerde)tijgers die het prima lijken te vinden om op de foto te gaan met een toerist i.p.v. hem instictief te verslinden. Misschien tijd voor een reisgids met de naam ” Crazy Planet” in plaats van ” Lonely Planet”?
In mijn rugzak zat de gids van National Geographic omdat ik dacht dat zij natuurgericht zouden zijn. Echter de uitgave van 2012 moedigt de toerist nog steeds aan om vooral een bezoek te brengen aan het Tijger Park in Kanchanabury, waarvan wij, een dag na vertrek uit deze stad, lazen dat er 40 babytijgers dood en ingevroren waren gevonden. Park was per direct gesloten, dat was het goede nieuws. In 1999 werd een gewonde tijgerwelp in deze tempel opgenomen, wat, zo meldt de gids, het begin was van een beschermingsproject waarbij met succes meerdere tijgers zijn grootgebracht. Nu, 17 jaar later, zijn de monniken die dit park beheren inmiddels hun doel dus blijkbaar behoorlijk voorbij geschoten. Dezelfde monniken waarvoor men op het vliegveld instructie borden heeft geplaatst, hoe te benaderen, zijn blijkbaar toch niet allemaal zo heilig als men je bij aankomst in Thailand doet geloven.
Maar zolang touroperators dit soort activiteiten in hun programma’s op blijven nemen, zullen ze blijven bestaan. Het blijft tenslotte een kwestie van vraag en aanbod. Als een van deze twee wegvalt, heb je een klein begin. Wat zou het mooi zijn als deze touroperators hun aanbod zouden aanpassen aan de kennis van de huidige tijd, waarin wij “westerlingen” met dure dierenartspraktijken en supermarktschappen tot de nok toe gevuld met smakelijke maaltijden voor onze huisdieren, zo de mond vol hebben van dierenleed in al zijn vormen ( en terecht!).
Ik snap dat er een andere kant aan het verhaal zit, nl. die van de Thai die probeert geld te verdienen om van te leven. Maar misschien ligt daar dan wel een hele mooie uitdaging voor de alom geprezen Koning van Thailand waarvan overal afbeeldingen hangen.
Want, zo was te lezen in het ENP, tenslotte ligt de oorsprong van bijvoorbeeld het inzetten van bedelende olifanten in de straten van Bangkok, bij een actie van de Thaise regering die in 1986 voor de 200e verjaardag van deze stad, 100 mahouts ( trainer van olifant) uitnodigde om met hun olifant ( het nationale symbool) naar Bangkok te komen. De mahouts twijfelden eerst of ze dit wel durfden, de meesten waren nog nooit in zo’n grote stad geweest, maar voelden zich ook vereerd. In Bangkok reageerden de inwoners enthousiast, ze hadden nog nooit een olifant van zo dichtbij gezien. Vroegen of ze hem ook een banaan mochten geven , maakten hiervan foto’s en bedankten de mahout met een fooi. Zo gemakkelijk hadden ze nog nooit hun geld bij elkaar verdiend. Met enthousiaste verhalen kwam men thuis, waardoor meer mahouts zich met hun olifant in het centrum van een stad begaven. Later werden ze uitgenodigd om op feesten van rijke Bangkokers shows op te voeren en ontstond er een vraag en aanbod….
Andere culturen / landen zijn geweldig om te ontdekken, maar ik trek wel mijn grens. En het is mij duidelijk geworden dat die grenzen voor velen nog heel rekbaar zijn. Reuze lampionen de donkere lucht in sturen vanuit je luie stoel met een cocktail in je hand, het ziet er (een paar minuten) sfeervol uit, maar misschien toch eerst even de site van The Plastic Soup Foundation raadplegen, of gewoon logisch nadenken over waar die ballon weer terecht komt met alle gevolgen van dien. De huidige toeristen industrie, en zeker die in Thailand, vraagt om een sterk bewustzijn v.d toerist. Het is aan hem of haar hoe ver ergens in mee te gaan.

 

Ideeënsafari deel 5 / The big five

Op zoek naar informatie over Thailand, viel mijn oog op het boek “Thaise olifanten van de straat” van Antoinette van de Water. Het stond tussen de vele Lonely Planet’s en andere reisgidsen, maar die had ik al thuis liggen.
Olifanten, hét symbool van Thailand, duiken in iedere gids over Thailand op. Ook behoren ze tot “The big five”, de vijf dieren die iedere safariganger in Afrika gezien wil hebben. Maar, zo stelt Sigrid in haar introductie van deel 5 van haar ideeënsafari, of men ze dan ook te zien krijgt, wordt uiteindelijk grotendeels bepaald door het toeval.
In deel 5 daagt Sigrid je uit om het toeval toe te laten, hierdoor zouden wel eens nieuwe inzichten en zelfs doorbraken kunnen ontstaan.
Was het toeval, dat ik uitgerekend nu, tussen de reisgidsen, dit boek tegenkom? Met een vakantie naar Thailand in het verschiet, staat een jungle tocht hoog op onze verlanglijst, maar in Thailand komt er hierbij heel vaak een olifant aan te pas. Ik voelde weerstand bij het zien van foto’s van toeristen op een rug van een olifant. Tijd om mij er eens meer in te verdiepen.
De olifant, een van nature, vriendelijke kolos van zo’n 6000 kg en bijna 4 meter hoog. Voelen ze zich bedreigd, dan kan je maar beter niet in de buurt zijn. Op YouTube zijn genoeg filmpjes hiervan te vinden. Wat ik mij bij het zien van deze filmpjes dan afvraag is: hoe krijg je zo’n kolos zo volgzaam, dat je hem dag in dag uit met toeristen op zijn rug de jungle en/of rivier in laat lopen? Of (stomme) kunstjes laat doen? Een voetballende of schilderende olifant, wie bedenkt zo iets?
In het hierboven beschreven boek is te lezen dat een olifant ongeveer 40 specifieke bevelen kan leren op te volgen. Dit gebeurt tijdens een phajaan, wat letterlijk  “het kraken” betekentOm de wil van een baby olifant al op jonge leeftijd te breken, wordt hij opgesloten in een houten kooi waarin hij zich niet kan bewegen. Hij wordt geslagen en geprikt in zijn slurf, oren en tussen zijn tenen, daar waar de huid het meest gevoelig is. Hij krijgt weinig te eten en te drinken, schurende touwen en kettingen zorgen er verder voor dat hij niet weg kan, martelen is het enige woord dat m.i. hier op zijn plaats is. Zijn “baas”, de mahout, probeert op deze manier duidelijk te maken dat zijn bevelen er zijn om te worden opgevolgd, zo niet, dan zal uiteindelijk de olifant slim genoeg zijn om te beseffen wat de consequenties zullen zijn van zijn weigering…..
Na verloop van tijd, stoppen de meeste olifanten met hun verzet, hun wil is “gekraakt”, waarna de echte “training” kan worden gestart, zodat hij kan worden klaargestoomd voor de toeristenindustrie.
Getriggerd door het boek, ging ik op zoek naar meer informatie en vond ik op internet het volgende bericht: http://tipsthailand.nl/olifant-rijden-thailand/ . Na het lezen van zowel het boek als dit artikel wist ik het zeker, van mij zal je geen foto’s zien, zittend op de rug van een olifant. Mochten we een reservaat tegenkomen, dan weet ik nu waar ik op moet letten. En ik weet nu ook dat de organisatie “Bring The Elephant Home” bestaat, waarvan ik hoop dat ze nog lang hun werk mogen blijven doen.  Lees hier over hun project “Bee the change”, waarmee ze de boeren, de olifanten én de bijen helpen. Ik vind het een prachtig project en hoop er wat van te kunnen zien deze zomer.
Rest mij te zeggen: “Bedenk goed wat je met je laatste Rolo doet!” , ik heb die van mij zojuist toch maar zelf opgegeten, geen olifant te zien hier.